fbpx

De stem van je lichaam

Boekomslag van De stem van je lichaam

Onderstaand artikel schreef ik voor het magazine MassageZaken.

MassageZaken is een magazine speciaal voor masseurs en massagetherapeuten.

De stem van je lichaam: Trauma’s helen met het lichaam als gids

Sigmund Freud: “De geest is het vergeten, maar het lichaam niet- gelukkig.”

Het lichaam heeft een geheugen voor emotionele en traumatische gebeurtenissen.  In het boek ‘De stem van je lichaam’ legt Peter A. Levine uit wat de effecten van trauma zijn op het lichaam, de psyche en het brein. Peter studeerde medische bio-geneeskunde en psychologie aan de universiteit. Hij werkte als stressconsultant bij NASA. Hij is de schrijver van de boeken ‘De tijger ontwaakt’, ‘Het weerbare kind’ en ‘De stem van je lichaam’. Hij ontwikkelde de Somatic Experience Technique, waarmee hij succesvol mensen met trauma’s behandelde. Somatic Experiencing is als opleiding toegankelijk voor therapeuten.

Het persoonlijke verhaal van Peter

Peter Levine stapt zijn deur uit. Het is een prachtige ochtend in het voorjaar van 2005. Hij gaat naar een vriend voor zijn verjaardag en terwijl hij over straat loopt, bedenkt hij alvast hoe het gaat zijn als hij daar straks is. Wie zullen er allemaal zijn? Hij denkt aan zijn vriend die jarig is.

Opeens ligt hij op straat. Hij kan zich niet bewegen en krijgt geen lucht. Hij ziet allemaal mensen op hem af komen. In een flits ziet hij de beige auto en de jonge vrouw die uitstapt. De stukjes van de puzzel komen langzaam bij elkaar en Peter realiseert zich dat hij aangereden moet zijn. Hij is zich ervan bewust dat hij niet helder kan denken en voelt zich hulpeloos.

Een man met een medische achtergrond komt naast hem zitten en wil hem helpen. Peter wil zich naar de stem toe richten, maar de man zegt streng dat hij zijn hoofd niet mag bewegen. Dat veroorzaakt angst en een verlammend gevoel bij Peter. Hij krijgt het gevoel dat hij boven zijn lichaam zweeft. De man bedoelt het goed. Hij wil voorkomen dat Peter zich beweegt en wil zijn hartslag opnemen. Peter denkt: misschien heb ik wel een gebroken nek! Hij heeft heel veel behoefte aan geruststelling. De man stelt allerlei vragen: Weet u waar u bent? Welke dag is het vandaag? Hoe heet u?

Peter kan geen woorden uit zijn mond krijgen en raakt nog meer gedesoriënteerd door al die vragen. Hij kan met moeite uitbrengen: Gaat u alstublieft achteruit. Na een paar minuten komt er een vrouw bij hem zitten. ‘Kan ik iets voor u doen?’ vraagt ze. Blijf alsjeblieft bij me zitten, zegt Peter. Hij houdt haar hand vast en voelt zich niet meer alleen. Hij voelt haar geruststellende aanwezigheid en voor het eerst kan hij diep ademhalen. De tranen stromen over zijn wangen. Ineens dringt het tot hem door wat er gebeurd is. Hij begint over zijn hele lichaam te trillen en te schokken, terwijl verschillende emoties door hem heen gaan. Spijt, angst, bezorgdheid, boosheid, verdriet. Hij blijft zich concentreren op de ogen van de vrouw. Haar parfum en haar aanwezigheid kalmeren hem en het trillen wordt minder.

Wanneer de ambulance er is, wordt hij weer ongerust. Zijn shirt wordt opengescheurd, er worden elektrodes op zijn borst geplakt en hij wordt op een brancard getild. Hij sluit zijn ogen, blijft zich focussen op de geur van het parfum en ziet de vriendelijke ogen van de vrouw voor zich, wat de angst snel vermindert. Hij richt zich bewust op wat hij in zijn lichaam voelt. Hij voelt een onaangename prikkeling in zijn lichaam en een rare spanning in zijn linkerarm. Hij volgt de spanning met zijn aandacht en voelt dat de arm wil buigen en naar boven wil bewegen. De hand gaat naar de linkerkant van zijn gezicht, in een poging het gezicht te beschermen tegen een klap. Dan ziet hij de auto voor zich. Hij ziet de verschrikte ogen van de jonge vrouw achter het stuur en de gebarsten voorruit. Hij hoort een bons als zijn linkerschouder de voorruit raakt. Dan komt hij terug in zijn lichaam en voelt hij een gevoel van opluchting.

Hij ziet zichzelf de deur uitgaan om naar de verjaardag van zijn vriend te gaan. Als hij zijn ogen weer open doet, ziet de ambulance er al minder bedreigend uit. Naar een paar minuten voelt hij een spanning in zijn rug en zijn rechterarm wil zich strekken. Hij ziet het zwarte asfalt van de straat, hoort zijn handpalm op de straat klappen en voelt een brandende sensatie op zijn handpalm. Hij voelt dat zijn arm zich wilde strekken om te voorkomen dat hij met zijn hoofd op de straat zou vallen. Hij blijft nog wel licht trillen, maar hij voelt dat hij terug is in zijn lichaam.

Hij kan nu ook communiceren met de ambulancemedewerkster. Zijn hartslag is ondertussen met de helft gedaald ten opzichte van toen het ongeluk net gebeurd was. Hij legt haar uit dat het beven en zijn respons tot zelfbescherming hebben geholpen bij het resetten van zijn zenuwstelsel. De kans dat hij post-traumatisch stresssyndroom zal ontwikkelen is niet groot, zegt hij, omdat hij niet meer in de vecht- of vluchtstand staat.

De ambulancemedewerkster begrijpt na zijn uitleg waarom slachtoffers van verkeersongevallen soms aan het worstelen zijn met de hulpverleners: ze staan nog in de vecht of vluchtstand! Ook het vastbinden van patiënten tijdens de ambulancerit om ze te behoeden voor het heftige trillen zorgt er juist voor dat ze gedwongen in de bevroren toestand blijven.

Trauma: bevroren in het verleden

Trauma is niet een bepaalde gebeurtenis. Verkrachting, oorlog, mishandeling, misbruik of verwaarlozing, is niet per definitie traumatisch. Voor sommige mensen zijn deze ervaringen zeer traumatisch, maar voor anderen een nare gebeurtenis die verwerkt wordt, waarna het leven weer door gaat. Trauma is vooral een innerlijke beleving. Deze innerlijke beleving is: immobiliteit, gecombineerd met angst. Als we onszelf van binnen opsluiten en er geen empathische getuige aanwezig is om ons te helpen, kan er trauma ontstaan.

Het kenmerk van trauma is dat de getraumatiseerde persoon vast zit in de imprint van het verleden. Hij kan zich niet voorstellen dat de toekomst anders zal zijn dan het verleden.

Gevoelloosheid en afgeslotenheid/dissociatie komt vaak voor. De persoon verliest vaak het contact met het lichaam en herinnert zich maar bepaalde opvallende aspecten: de geur van de aanvaller, een aanraking, een visueel beeld. Door de immobiliteitsrespons is de persoon minder in staat hulp te vragen, grenzen aan te geven en nemen primitieve responsen het over.

Vechten, vluchten, bevriezen en bezwijken

Wanneer iemand zich in levensgevaar bevindt, is er een impuls om te reageren. De reacties die ontstaan, zijn normale biologische responsen. De verschillende reacties in bedreigende situaties zijn:

–        Inhouden – verhoogde waakzaamheid

–        Vluchten – ontsnappen

–        Vechten – als vluchten niet kan

–        Bevriezen – tonische immobiliteit/verstijven

–        Bezwijken – tonische immobiliteit/hulpeloosheid

Wanneer er geen reële kans op ontsnappen is, zorgt dit uiteindelijk voor immobiliteit/verlamming en afgeslotenheid.

Immobiliteit heeft belangrijke overlevingsfuncties:

  1. Door ‘dood’ te zijn neemt de agressie bij de aanvaller af.
  2. Onzichtbaarheid. Een dode prooi valt minder op.
  3. De overlevingskansen voor de rest van de kudde vergroten.
  4. Gevoelloosheid voor pijn (endorfinen).

Wat iemand tijdens trauma kan ervaren:

-Onsamenhangende, gefragmenteerde beelden.

-Hyperfocus op het meest bedreigende.

-Automatische piloot om kalm te kunnen handelen.

– Gevoel als een droom/nachtmerrie waaruit ontwaken niet lukt.

-Shock.

-De situatie beneemt letterlijk de adem.

-Het kwijtraken van gevoel voor richting.

-Innerlijk conflict door enerzijds het instinct om te oriënteren of te vluchten en het eventueel bevel om niet te bewegen/niet te kunnen ontsnappen. De impuls wordt afgebroken.

-Dissociatie en het gevoel boven het lichaam te zweven.

-Angst versterkt de immobiliteit, de ontzetting en hulpeloosheid.

-Behoefte aan geruststelling en menselijk contact.

-Verminderde mogelijkheid tot vragen van hulp door schok en de immobiliteitsrespons.

-Hoge afgeknepen stem.

-Door afweer/grenzen aan te geven, vermindert de shock. Het communicatiecentrum van Broca in de hersenen functioneert weer waardoor verdere grenzen kunnen worden aangegeven.

-Fysieke aanraking en empathie van iemand anders helpt om sociale betrokkenheid te vergroten. De fysiologische uitwisseling tussen mensen biedt stabilisatie en geeft verlichting.

-Fysiologische ontlading door beven en trillen.

-Zelfregulatie, erkenning, ontkenning.

-Ontlading van lichamelijke spanning in golven.

-Scannen van het lichaam en inschatting van de verwonding.

-Het wisselend koud en warm krijgen.

-Krachtige ontlading van emoties.

-Woede en de neiging om een schuldige aan te wijzen.

De communicatie tussen lichaam en geest

Het lichaam is een soort thermometer. Het registreert wat er in het lichaam gebeurt en koppelt dat via de zenuwen naar de hersenen. Voor iedere motorische/efferente (van de hersenen naar het lichaam) zenuw zijn er 9 sensorische/afferente (van het lichaam naar de hersenen) zenuwen. De nervus vagus verbindt de hersenen met de inwendige organen en meer dan 90% van de zenuwen is dus afferent. Dat geeft een goed onderbouwde fysiologische verklaring voor het ‘onderbuikgevoel’ dat we vaak ervaren, nietwaar? Onze ingewanden hebben blijkbaar meer te vertellen aan onze hersenen dan andersom. En het moet wel belangrijk zijn als de verhouding 1 op 9 is. Lichaam en geest staan dus in nauw contact met elkaar en communiceren continue.

Bij een trauma ‘bevriest’ het lichaam en de geest kan de ervaring niet goed verwerken. De herinnering wordt opgeslagen in fragmenten en maakt een onsamenhangend verhaal. Dit kan zich uiten in ineffectief en dwangmatig gedrag. Doordat het lichaam gespannen is, de ademhaling hoog is en de persoon duidelijk AAN staat, constateren de hersenen dat er een onveilige omgeving moet zijn. Alle lichaamsfuncties die niet van toepassing zijn op dit moment worden op een laag pitje gezet en de hormoonhuishouding kan niet normaal zijn werk doen. Psychosomatische klachten zijn op den duur het gevolg.

Een traumatische ervaring kan uiteenlopende klachten veroorzaken, maar dit wordt vaak niet (h)erkend. Het verwarrende is dat symptomen soms pas na 6 maanden of zelfs 2 jaar op kunnen komen. Het kan ook gebeuren dat symptomen pas actief worden na een tweede traumatische ervaring.

Observeren: de kunst van de therapeut

Patiënten lopen niet met een bordje om hun nek: ‘Getraumatiseerd’. Ze proberen hun leven weer op te pakken en doen vaak of er niets aan de hand is. Er zijn mensen die over bepaalde onderdelen van de gebeurtenis al heel vaak gepraat hebben bij een psycholoog en dat gaat ze zo goed af, dat je kunt denken dat ze het goed hebben verwerkt. Sommige mensen zullen niet over de gebeurtenis willen praten. En houd er rekening mee dat de herinneringen te ver weg gestopt zitten, waardoor de persoon zelf echt denkt dat er niets heftigs gebeurd is. Je kunt veel zien door te observeren:

* Wat zie je aan het gezicht? Is er een emotie waar te nemen of is iemand juist heel vlak wanneer je wel emotie zou verwachten?

* De lichaamshouding. Heeft een cliënt moeite met een bepaalde houding of beweging? Dan is de kans aanwezig dat deze houding of beweging een voorbereiding was voor een bepaalde handeling. Een handeling die werd afgekapt. De spieren hadden en hebben nog steeds de intentie om deze handeling af te maken.

* Een snelle, oppervlakkige ademhaling kan wijzen op een sympathische arousal, het zenuwstelsel staat AAN. Als de ademhaling juist nauwelijks waarneembaar is, kan dit een aanwijzing zijn voor de immobiliteit, afgeslotenheid en dissociatie die gepaard ging met het trauma. Een ontspannen ademhaling kenmerkt zich door een rustige, volledige ademhaling met een pauze voor de volgende inademing.

* Koude, bleke vingers en een verhoogde hartslag is een teken van sympathische arousal.

* De pupillen. Bij een hoge sympathische arousal zie je zeer grote pupillen, terwijl kleine pupillen voorkomen bij immobiliteit en dissociatie. Heeft iemand minuscule pupillen? Dat kan duiden op het gebruik van verdovende middelen/opiaten. Opiaten worden ook door het lichaam vrijgegeven om pijn te verlichten. Ze zijn onderdeel van het immobiliteitssysteem en dissociatie.

Gebaren maken om emoties te maskeren

De getraumatiseerde zal de neiging hebben om de heftige emoties niet te willen voelen. Vaak onderdrukt de persoon deze, bewust of onbewust. Als je merkt dat je cliënt tijdens het vertellen van zijn verhaal overdreven gebaren maakt, heeft dit vaak als doel om onderliggende emoties niet te voelen. Je kunt niet zomaar aannemen dat iedereen die grote gebaren gebruikt trauma verbergt, maar het is goed om dit in je achterhoofd te houden.

Als de cliënt bewegingen maakt om emoties te gebaren – doe ze na, laat zien hoe het er uit ziet. Vraag om de beweging steeds langzaam te herhalen zodat je cliënt besef krijgt van hoe de beweging fysiek van binnen voelt.

Als de cliënt bepaalde uitspraken doet, kun je een beladen zin een aantal keren hardop laten uitspreken. Zo kan gevoeld worden wat het effect hiervan is op de lichamelijke gewaarwordingen. Bv. ‘Ik kan niet geloven dat je dood bent.’ Hier wordt bewustwording van het lichaamsgevoel van ontkenning gestimuleerd.

De cliënt voelt zelf of de uitspraak resoneert en of het emoties of lichamelijke gewaarwordingen oproept. Het traceren van fysieke gewaarwordingen helpt om in het hier en nu te blijven. Trauma en nieuwsgierigheid sluiten elkaar uit, net zoals vreugde en depressie niet naast elkaar kunnen bestaan. Nieuwsgierigheid naar wat er van binnen gebeurt is de sleutel tot de oplossing.

Het kan zijn dat de cliënt zich niet comfortabel voelt met deze sensaties. Je kunt voorstellen om je voet naast die van hem of haar te zetten. Dit geeft een gevoel van verbinding met jou als therapeut en helpt om te aarden.

De angst/immobiliteit feedbacklus:

Prikkeling- niet succesvolle ontsnapping- ervaring van angst en hulpeloosheid- immobiliteit- prikkeling, etc.

Angst verdiept en verlengt de periode van immobiliteit. En hoe langer de periode van immobiliteit, hoe heftiger de persoon reageert. De doodsangst, de pijn, het niet kunnen reageren en communiceren in de situatie, maakt dat de persoon agressiever reageert als hij uit de immobiliteit komt. Dit verklaart waarom sommige mensen na jaren van mishandeling uit woede een moord plegen. Het is een vertraagde tegenaanval.

De immobiliteit heeft ertoe bijgedragen dat de persoon kon overleven. In het hier en nu is het wel belangrijk dat hij weet dat gevoelens van immobiliteit los kunnen staan van angst. (Vormen van immobiliteit zonder angst zijn: een orgasme, onder hypnose zijn of als een moederpoes een kitten in haar bek pakt.)

De persoon kan in een veilige setting bij een therapeut geleidelijk ervaren dat de primitieve hersengebieden gevoelens van angst produceren, terwijl de prefrontale cortex in staat is om objectief te observeren dat de situatie nu anders is.

Somatic Experiencing, de methode.

De methode die Peter Levine in de loop van de jaren heeft ontwikkeld om trauma’s te verwerken, noemt hij Somatic Experiencing.

De Somatic Experience behandeling houdt in: terug gaan naar de fysieke ervaringen van het trauma en het transformeren van de gevoelens van schrik, angst, gevoelloosheid en moedeloosheid. In het kort zijn dit de stappen die je als therapeut met de cliënt doorloopt. Stappen 1 t/m 3 moeten in deze volgorde altijd doorlopen worden. De andere stappen kunnen naar eigen inzicht in een sessie door elkaar toegepast worden en herhaald indien nodig.

Somatic Experiencing kan in de therapeutische praktijk gebruikt worden voor het heronderhandelen en transformeren van trauma’s. Er zijn 9 stappen:

  1. Een veilige omgeving creëren voor de cliënt.
  2. Een eerste verkenning en acceptatie van gewaarwording ondersteunen. Het voelen en accepteren van emoties en lichaamssensaties.
  3. Penduleren. De cliënt laten ervaren dat hij kan verschuiven van gevoelens van pijn naar gevoelens van het tegenovergestelde. Trauma is vast zitten, bevroren zijn. Penduleren geeft de cliënt een gevoel dat het kan veranderen.
  4. Titratie. De cliënt stapsgewijs en stukje bij beetje het trauma laten verwerken in plaats van te veel blootstellen aan heftige emoties.
  5. Het herstellen van de actieve responsen. Een actieve respons was bij Peter dat zijn linkerhand omhoog ging om zijn gezicht te beschermen. Wanneer de cliënt een impuls heeft om te bewegen, kan de afweerrespons afgemaakt worden.
  6. Angst loskoppelen van immobiliteit. De cliënt laten ervaren dat hij in staat is om steeds kort in de hulpeloze staat van immobiliteit te zijn zonder angst, in de veilige nabijheid van de therapeut.
  7. Ontlading van traumatische activatie, hyperarousal oplossen en het evenwicht herstellen. Dit gebeurt door de opgebouwde spanning in de spieren te ontladen door het beven en trillen en het veranderen van het ademhalingspatroon.
  8. Zelfregulatie en het dynamisch evenwicht herstellen. Het langzaam opbouwen van de veerkracht van de cliënt is een proces waarbij de cliënt steeds meer ervaart dat hij kan terugvallen op zichzelf.
  9. Heroriënteren op de omgeving in het hier en nu. De cliënt kan weer in de werkelijkheid van het hier en nu zijn en zich daar veilig voelen.

Onze dierlijke instincten

We lijken steeds verder verwijderd te zijn van onze natuurlijke impulsen, onze instincten. We lijken meer op dieren dan we denken, ook al hebben we onszelf steeds meer ontwikkeld. Ons innerlijke systeem is niet veranderd over al die jaren. Onze instincten belemmeren ons in het leven dat we willen leven, dus onderdrukken we ze. Het is niet voor niets dat we toch allerlei verlangens hebben, als we onze natuur aan het onderdrukken zijn. We hebben namelijk twee oerinstincten:

We moeten bedreigingen overleven en we moeten overleven door ons voort te planten. Als echte situaties ons hier niet toe aanzetten, creëren we onbewust deze situaties zelf door bijvoorbeeld te gaan bungeejumpen of vreemd te gaan.

Doordat we het contact met ons lichaam kwijtraken en vooral in ons hoofd zitten, geven we onze gedachten veel te veel aandacht en waarde. De aanname groeit dat onze gedachten de realiteit zijn.

Er is aan de andere kant een toenemende interesse voor o.a. yoga, dansen en lichaamswerk. Dat is positief. Het is een teken dat we toch aanvoelen dat er iets mist en dat we behoefte hebben om weer contact te maken met ons lichaam.

Let op!

Het is niet verstandig om op basis van deze informatie cliënten te gaan helpen met trauma. Dit artikel is puur bedoeld om je kennis te laten maken met deze vorm van lichaamswerk. De boeken van Peter Levine en de opleiding Somatic Experiencing zijn te vinden op internet.